|
1.
Uitsnijding en hechting
Het wegsnijden van
de moedervlek en het hechten van de huid is enkel mogelijk in één
enkele
interventie als de moedervlek klein is of zich bevindt op een deel van
het lichaam waar het vel erg
los zit, zoals de hoofdhuid van een pasgeboren baby.
2. Uitsnijding in reeksen
Wanneer een gewone
uitsnijding niet mogelijk is, kunnen we voor bepaalde lichaamsdelen een
uitsnijding in verschillende stappen voorstellen, met een tussenperiode
van telkens ongeveer
zes maanden. De uitsnijding is een eenvoudige procedure. Ze biedt cosmetisch
gezien het beste
resultaat met een zo klein mogelijk litteken. Ze moet wel goed overwogen
worden, zodat er geen
vervorming ontstaat van de naburige weefsels.
3.
Dermabrasie en/of curettage
Bij de geboorte bestaat
er een scheiding tussen de lederhuid en de opperhuid. Deze scheiding
verdwijnt rond de zesde week. Het puimen of gladschuren van de huid en
de verwijdering van
de lederhuid, waarin een grote hoeveelheid van de melaninecellen zit,
moet dus gebeuren net
na de geboorte. Beide technieken worden vaak samen toegepast: curettage
wordt gebruikt voor
het centrale deel en dermabrasie voor de omliggende zones. Wanneer de
moedervlek zowel op de voor-
als de achterkant van het lichaam voorkomt, wordt er begonnen met het
deel op de rug om zo snel
mogelijk te profiteren van de scheiding tussen leder- en opperhuid, die
sneller verdwijnt ter hoogte
van de rug, dan de buik of thorax. Na een dergelijke interventie wordt
het kind opgenomen in de afdeling
intensieve zorgen, omdat het dan de zorgen nodig heeft van iemand met
tweedegraadsbrandwonden.
De wond wordt dagelijks gereinigd en afgedekt met een niet-klevend verband.
|